Laatste update: 19/05/2015

Faalangst

Wat is faalangst?
Als de spanning, de angst om het niet goed te doen, zo hoog wordt dat je er zelf last van hebt, spreken we van faalangst. Faalangst is de angst te mislukken of negatief beoordeeld te worden wanneer we moeten presteren. Faalangst leidt niet noodzakelijk tot slecht presteren. Toch kan faalangst een normale ontwikkeling in de weg staan.
 
Faalangst heeft te maken met:
  • negatief denken over jezelf;
  • druk en eisen van de omgeving.
 
Wie erg faalangstig is probeert mislukken te vermijden. Sommigen doen dat door zich  extreem in te spannen, zij hebben dan actieve faalangst. Anderen door helemaal niets meer te doen, zij hebben passieve faalangst.
 
Hoe kan je faalangst herkennen?
Faalangst kan zich op verschillende manieren uiten, zowel tijdens het studeren (voorbereiding) als op school tijdens een opdracht of toets.
 
Actieve faalangst:
  • lichamelijke spanning: hoofdpijn, hartkloppingen, gebrek aan concentratie, trillen, rood worden, zweten, buikpijn, hyperventilatie...
  • veel maar niet efficiënt studeren: uit het hoofd leren, slecht zelfstandig kunnen studeren, steeds opnieuw herbeginnen, perfectie nastreven zodat er weinig tijd voor ontspanning rest...
  • negatief over jezelf denken ('ik kan het niet') en perfectionisme ('ik mag geen fouten maken')
  • angstig gevoel
 
Passieve faalangst:
  • gemakkelijk uitstellen, gebrek aan concentratie, vlak voor het examen veel en laat werken
  • niet meewerken in de klas en daardoor de indruk wekken dat je lui bent
  • gemakkelijk geneesmiddelen innemen
  • extreem relativeren: ''t is niet belangrijk, dus doe ik er niets voor'
  • geen examen afleggen
 
Wat kan je eraan doen?
Als leerling kan je je faalangst aanpakken door:
  • je situatie te wijzigen: ga na of je studierichting niet te zwaar is, maak een planning met ruimte voor ontspanning, praat eens met de leraar;
  • je denkpatroon te wijzigen: ga na of jouw gedachten wel waar zijn en je helpen om rustiger te worden, vervang onzinnige gedachten door zinnige zoals: 'ik moet niet perfect zijn', 'iedereen maakt fouten', 'uit mijn fouten leer ik het meest', 'er zijn ook dingen die ik goed kan';
  • je lichamelijke spanning te verminderen door ademhalings- en ontspanningstechnieken.
 
Als ouder kan je je kind helpen door:
  • het te aanvaarden zoals het is: zijn angst te erkennen, je verwachtingen aan te passen aan zijn mogelijkheden, te tonen dat je het graag ziet, ongeacht zijn resultaten;
  • zijn zelfvertrouwen op te bouwen: te wijzen op wat hij kan, te tonen dat volwassenen ook falen en dat dit geen ramp is;
  • te zorgen voor een evenwicht tussen studie en ontspanning.
 
Indien je je zorgen maakt of vragen hebt over faalangst, kan je steeds contact opnemen met je CLB. Het CLB kan helpen met grondige informatie, een diepgaande bespreking of individueel onderzoek.