Laatste update: 02/03/2012

Slaap en slapen...

Niet voor iedereen hetzelfde
Van baby’s verwachten we niet dat ze slapen zoals volwassenen. Dat een baby niet doorslaapt vindt iedereen normaal. Daar zijn een baby’s hersenen nog niet op gemaakt. De ene baby slaapt al sneller wat langer door ’s nachts dan de andere. De hersenen van een mens zijn pas volgroeid eens we volwassen zijn. En in al die tijd zit er behoorlijk wat verschil in groei: het tempo verschilt van mens tot mens.
 
12- tot 16-jarigen zijn in de voormiddag zombies. Dat is wetenschappelijk bewezen. Die doen niet “vervelend” als je ze ’s ochtends vier keer moet oproepen. Hun hersenen slapen echt nog. Ze groeien daar letterlijk uit.  
We zijn niet allemaal hetzelfde: er zijn nachtraven en ochtendmensen. Dat zit ingebakken. Een nachtraaf die er om half zeven uitmoet, die functioneert niet. We hebben ook niet allemaal evenveel slaap nodig. 
 
De een slaapt al wat rustiger dan de ander: dromen, slaapwandelen, roepen… zo is nachtrust soms erg vermoeiend. Na een nachtmerrie opnieuw inslapen is niet gemakkelijk, dat kan even duren. En dat neemt een hap uit de normale nachtrust.
 
Ook een stukje leren
Vanaf pakweg 6 weken snappen baby’s dat huilen hun ouders lokt. Oudere kinderen doen dat subtieler: ze hebben dorst, ze zijn bang van het donker of ze zijn om zes uur wakker en vinden dan dat papa maar mee moet opstaan om de tv op te zetten. Zo komen kinderen en ouders elke nacht een portie slaap te kort.  In de loop van de week hoopt dat op. Dat tekort maak je niet meteen weer goed.
 
Een aangeleerde gewoonte van onderbroken slaap is niet gemakkelijk af te leren.
Daar moet je als ouder hard in zijn. Want als je dat 9 keer negeert en de tiende keer geef je toe, dan leert je kind “aha, ik moet dat gewoon blijven volhouden”. En welke ouder geeft al eens niet toe? Want het kan best zijn dat je kind écht dorst heeft. Of naar het toilet moet.
 
Om ‘natuurlijk’ in te slapen moeten we langzaam van waak naar slaap gaan. Het aantal prikkels (licht, geluid, activiteit) in de omgeving vermindert en dat maakt onze hersenen klaar om te gaan slapen. Wakker worden doen we het gemakkelijkst als de prikkels geleidelijk toenemen. 
 
Vaak zijn we nog ’s avonds nog te druk en krijgen we nog teveel prikkels: televisie kijken, computer en radio en gsm tegelijk gebruiken, …  Inslapen moet dan erg plots gebeuren en dat is moeilijk. 
 
Tips voor de kleinsten
 
Een bedritueel is heel goed
Voor de kleinsten is een vast ritueel het best. Elke dag hetzelfde: eten – TV – bad – verhaaltje – slapen. Of een ander ritueel. Als het maar voorspelbaar is: zo leert je lijf om tijdens het bad al in slaap te vallen. 
 
Negeer ‘ongewenst wakker-blijf gedrag’
Een kind mag naar het toilet. Of het mag drinken. Maar niet meer dan dat: kom je daarvoor uit bed, dan heb je géén recht op TV of een verhaaltje, of praten met mama en papa. Na het  toilet of het drankje, meteen weer in bed is de regel. Zonder daar veel woorden aan vuil te maken. 
 
Beloon gewenst slaapgedrag!
Een kind dat braaf terug in bed kruipt als je zegt dat het moet verder slapen, dat verdient ’s ochtends een grote pluim. 
 
Vaste tijden
Slaap- en waaktijden zijn voor kinderen best regelmatig. Een uurtje langer opblijven op vrijdag kan geen kwaad, maar er mag toch niet teveel variatie zitten tussen week- en weekenddagen. Want dan heeft een kinderlijf het veel te moeilijk om een vast waak- en slaappatroon aan te leren. 
 
Een sobere slaapomgeving
Het is best als er niet teveel prikkels aanwezig zijn. Eigenlijk zou een slaapkamer moeten dienen om te slapen. Dat ligt niet voor de hand: de slaapkamer dient vaak ook om huiswerk te maken, te spelen, muziek te spelen, TV te kijken, … 
Afspraken kunnen helpen: alles uit en opgeruimd op een bepaald uur bijvoorbeeld.