Laatste update: 13/03/2012

Eerste aanzet tot het ontwikkelen van een draaiboek

Aandachtspunten
 
 1.      De eerste opvang.
  • Wie zorgt indien nodig voor de opvang van diegene die het bericht brengt. Dat kan een ouder zijn, een broer of zus?
  • Wie verifieert de informatie als het bericht niet van de familie komt en zoekt contact met de nabestaanden?
2.      Het crisisteam.
  • Vaste teamleden zijn de directeur en de klastitularis
  • Indien nodig, gewenst kan het team aangevuld worden met bereidwillige ouders en/of externe specialisten. Eén persoon is de eindverantwoordelijke. Dit is niet noodzakelijk de directeur van de school.
  • Het crisisteam coördineert initiatieven en is verantwoordelijk voor alle praktische regelingen, ook voor de informatieverstrekking, contacten met de ouders, nazorg.
  • Het team beslist wie geïnformeerd moet worden. Vergeet de vaste buschauffeur, afwezige leerlingen en leerkrachten, CLB-medewerkers niet. Spreek af wie hier welke taken opneemt.
3.      Het slecht nieuwsgesprek.
  • Als er een leerling van de school sterft, is het vaste lesrooster zeker die dag niet aan de orde. De getroffen klas wordt bij voorkeur de hele dag begeleid door een vertrouwde leerkracht (klasleraar, groene leerkracht). 
  • Dwing niemand: respecteer het als een bepaalde leerkracht het te moeilijk heeft. De verantwoordelijke kondigt in de klas het nieuws zo snel mogelijk aan en geeft zo correct mogelijke informatie. Beslis wie de overige leerlingen waar toespreekt. 
  • Ook buiten de getroffen klas kunnen er leerlingen een sterke band hebben met de overledene. 
  • Denk zorgvuldig na over wat je precies gaat zeggen en hoe je dat doet (een inleidende zin; het hoe, waar en wanneer; het bericht zonder franjes maar niet emotieloos; voldoende tijd voor emoties).
  • Dit alles geldt ook als je de kans hebt gehad de groep op een overlijden voor te bereiden, bijvoorbeeld na een langere ziekte.
4.      Leerlingen die het echt te moeilijk krijgen, kunnen beter in een bepaald lokaal worden opgevangen. Zorg ervoor dat de leerlingen die lokaal kennen en kunnen vinden. Zorg ook voor begeleiding in het lokaal voor die leerlingen die dit wensen. 
 
5.      Wie neemt nog dezelfde dag contact op met de ouders en maakt een afspraak voor een huisbezoek? Overleg de volgende dagen met hen over de mogelijkheden voor de andere leerlingen om afscheid te nemen, op bezoek te komen Blijf hen trouwens uitnodigen voor schoolfeesten Duid daarvoor een verantwoordelijke aan. 
 
 6.      Wie informeert de andere ouders via een brief? In de brief staat gedoseerde maar precieze informatie, wat de school doet qua opvang, wat ouders thuis kunnen doen, bij wie ze terecht kunnen met eventuele problemen. 
 
 7.      Wat bij een overlijden tijdens de vakantie?
  • Wie van de school is op welke wijze bereikbaar tijdens de vakantie?
  • Wat doen we minimaal op dat moment? 
  • Hoe vangen we de leerlingen op na de vakantie?
 
8.      Las ook evaluatiemomenten in binnen de school.
  • Doen we het goed? 
  • Wat kan beter? 
  • Heb daarbij ook aandacht voor mogelijke problemen van collega's.